Menu

Mindfulness is hot

Mindfulness is hot. ‘mindful zijn’ betekent dat men heel bewust opmerkzaam is voor alles wat zich afspeelt in het hier en nu, zonder daarbij te oordelen. het zou heilzaam kunnen zijn voor zowat alles en iedereen. graag kijken we even voorbij de hype, naar de waarde die mindfulness mogelijk toch heeft. misschien is die hype ook wel over zijn hoogtepunt heen. en dat is geen slechte zaak.De vrije hand. Mindfulness: de hype voorbij. Filip Raes en Katleen van der Gucht

Mindfulness verwijst naar het welbewust aandacht schenken aan alles wat er zich in en om ons heen afspeelt, in het hier en nu, zonder daarbij te oordelen. De bewustheid die zo ontstaat, zou heilzaam zijn voor psychische, en in het bijzonder emotionele stoornissen, zoals depressie, angst en stress. Mindfulness stamt uit het boeddhisme, en is dus op zich niet nieuw te noemen. Het was pas op het einde van de vorige eeuw, met de ontwikkeling van interventies die op mindfulness gebaseerd zijn binnen de westerse psychotherapie, dat mindfulness aan een opmerkelijke opmars in onze samenleving begon. De opmars is van die aard dat we gerust van een ‘hype’ kunnen spreken.

Mindfulness is intussen overal. Mindfulness is hot. En vooral: mindfulness is big business. Het aantal workshops, cursussen, studiedagen en opleidingen is niet langer bij te houden. En waar je een tijd terug een boek over mindfulness in de boekhandel gewoon vond bij ‘psychologie/pedagogie’, heeft de boekhandelaar ondertussen al de aparte categorie ‘mindfulness’ gecreëerd. Het gaat al lang niet meer alleen over mindfulness voor depressie, angst en stress. Er is ook mindfulness voor ADHD, voor het chronisch-vermoeidheidssyndroom of voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel. Er is mindfulness voor zwangere vrouwen, voor kinderen, voor adolescenten, voor leerkrachten, voor moeders en vaders, en voor ouderen. Je kunt leren en lezen over mindful eten, mindful afvallen, mindful vrijen of mindful sms’en. Mindfulness lijkt wel een middel voor alles te zijn.

Mindfulness stamt uit het boeddhisme, en is dus op zich niet nieuw te noemen

‘Mindful aandachtig zijn’ wordt vaak, maar niet altijd, aangeleerd, geoefend en beoefend via meditatie. Die meditatiecomponent, die verband houdt met zijn boeddhistische achtergrond, heeft er ongetwijfeld mee voor gezorgd dat mindfulness ook bijzonder populair geworden is in het wereldje van de alternatieve geneeskunde en new age. Boeken over mindfulness en bijbehorende cd’s vind je dan ook nogal eens in winkeltjes waar je ook klankschalen, oorkaarsen, bachbloesems, tarotkaarten en boeken over reïncarnatie en numerologie kunt kopen. Dat alles maakt dat de leek (en helaas vaak ook de professional) mindfulness is gaan associëren met niet-wetenschappelijke praktijken. Dat is bijzonder jammer. Want op die wijze wordt de reputatie van mindfulness danig geschaad. Onterecht, we zijn ervan overtuigd – en wij niet alleen – dat mindfulness mogelijk wel iets te bieden heeft, vooral in het kader van de behandeling en preventie van angst en depressie. Mindfulness lijkt door de zonet geschetste associaties al snel iets zweverigs te zijn, maar dat is het in se niet. De psychologische interventies die op mindfulness gebaseerd zijn, zweven niet en hebben wel degelijk een wetenschappelijke basis, zowel wat betreft rationale als wat betreft evidentie voor werkzaamheid.

Psychologische interventies die op mindfulness gebaseerd zijn, hebben wel degelijk een wetenschappelijke basis

Op het einde van de vorige eeuw raakten wetenschappers, veelal psychologen in het domein van de experimentele psychopathologie, het erover eens dat heel wat psychisch leed (deels) voortkomt uit bepaalde ‘ongezonde’ cognitieve routines. Het gaat hier over ingebakken cognitieve reactiepatronen die bij sommige mensen automatisch optreden wanneer ze zich bijvoorbeeld neerslachtig, angstig of gestrest voelen. ‘Waarom voel ik me toch zo? Ik wil me zo niet voelen. Wat als ik me niet snel beter ga voelen? Waarom ben ik niet sterker? Ik wil dit gevoel weg. Ik moet me snel beter voelen. Ik moet stoppen met zo te denken. Ik wil zo niet denken!’ Dergelijk gepieker en haast ‘op automatische piloot’ herkauwen van steeds dezelfde gedachten (‘rumineren’) wakkert de negatieve emoties alleen maar aan. Nadat die analyse was gemaakt, kwam men al snel terecht bij mindfulness als mogelijk antidotum. Het automatische gepieker dat je verder naar omlaag haalt, moet je natuurlijk wel tijdig opmerken. Mindfulness zou je die noodzakelijke opmerkzaamheid kunnen ‘bijbrengen’, zo redeneerden de onderzoekspsychologen. En eens je je bewust bent van dit gepieker, moet je er wel afstand van kunnen nemen om de neerwaartse spiraal in je hoofd te doen stoppen. Ook voor deze tweede stap – namelijk het loslaten na het opmerken – zou mindfulness wel eens erg gepast kunnen zijn. Mindfulness leert immers niet alleen opmerkzaam te zijn voor alles wat zich in het hier en nu afspeelt (inclusief je piekergedachten), maar bevordert ook een ‘puur observeren en vaststellen’, zonder er in je hoofd nog veel verder op te reageren. Het tracht de mentale strijd in je hoofd – ‘cognitieve reactiviteit’ in het vakjargon – in een vroeg stadium te immuniseren door als het ware ‘mentaal’ een stapje opzij te zetten.

Mindfulness tracht de mentale strijd in je hoofd in een vroeg stadium te immuniseren door als het ware ‘mentaal’ een stapje opzij te zetten

Die wetenschappelijke analyse zorgde voor de ontwikkeling van een aantal psychologische behandelprogramma’s die in belangrijke mate gebaseerd zijn op mindfulness. De twee bekendste en meeste onderzochte zijn Mindfulness-Based Stress Reduction (MBSR) en Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT). Het zou ons te ver leiden om hier in te gaan op de verschillen tussen beide programma’s. Wat ze gemeenschappelijk hebben is onder meer hun opbouw over acht weken en de (meditatieve) mindfulnessoefeningen als belangrijkste component of rode draad. Uiteraard delen ze de bovengeschetste verklaring rond ‘cognitieve reactiviteit’ en hoe mindfulness daar een antwoord op kan bieden. En werkt dit nu? De meest recente meta-analyses geven aan dat dergelijke op mindfulness gebaseerde interventies inderdaad positieve effecten hebben voor klachten als angst en depressie. Dus ja, mindfulness werkt. En toch. Het heeft weliswaar gunstige effecten voor angst en depressie, maar die zijn niet groter of beter dan de effecten gerealiseerd door andere bestaande psychologische behandelingen zoals cognitieve gedragstherapie. Bovendien zijn de effecten min of meer duidelijk voor angst en depressie, maar voor andere klachtendomeinen is de evidentie ofwel onbestaande ofwel onbeslist.
Mindfulness heeft dus enige waarde in de bestrijding van angst en depressie, maar die waarde lijkt voorlopig niet groter dan de waarde van reeds bestaande ‘evidence-based’ behandelingen. Wat moeten we nu met die vaststelling? Misschien is mindfulness vooral waardevol voor een bepaald type van mensen, en zijn andere psychologische interventies dan weer nuttig voor nog andere mensen of types van patiënten. Dit is het klassieke adagium‘what works for whom?’. Onderzoek naar behandeling moet in de toekomst nog meer inzetten op studies die kijken naar welk type van patiënt gebaat is met welk type van behandeling. Dit is overigens een belangrijk punt op de agenda van behandelonderzoek in het algemeen. Wanneer we de resultaten van dat soort onderzoek toepassen, zouden we het type van behandeling nog beter kunnen doen passen bij de patiënt in kwestie en de algemene doeltreffendheid van psychologische interventies nog gevoelig kunnen opdrijven. Een andere, complementaire piste waar eveneens nog meer moet worden op ingezet betreft onderzoek naar de werkzame mechanismen van psychologische interventies, zoals mindfulness. We weten dat behandelingen werken, maar eigenlijk (nog) niet goed waarom. Als we beter de vinger kunnen leggen op de werkzame componenten en mechanismen, kunnen we die kennis efficiënter en gerichter inzetten en zo, opnieuw, de behandeleffecten verhogen.

De ‘hype’ heeft er mee voor gezorgd dat mindfulness niet alleen voor van alles en nog wat wordt ingezet, maar ook door Jan en alleman. Zelfverklaarde therapeuten lezen een boekje over mindfulness en gaan ermee aan de slag, vaak met ‘echte’ patiënten. Dat is gevaarlijk, getuige nog de Panoramareportage van Peter Brems over de ‘mindfulnessbusiness’ uit mei 2013. MBCT en MBSR zijn psychologische interventies voor mensen met psychische klachten en stoornissen, en het is dan ook belangrijk dat ze worden toegepast door vakmensen, zoals klinisch psychologen, orthopedagogen, en arts-psychiaters. Bij voorkeur hebben die nog een academische scholing in de psychotherapie bovenop hun basisdiscipline. Want mindfulness is geen therapie op zich, zo menen wij. Het is een psychologische interventie die ingezet kan worden in een psychologische of psychotherapeutische behandeling. En dat enkel na een vakkundige analyse of conceptualisatie van de casus van de patiënt door de clinicus in kwestie. Men is geen mindfulnesstherapeut als dusdanig, men is klinisch psycholoog, orthopedagoog of arts-psychiater, al dan niet met bijkomende kwalificatie als (psycho)therapeut, die onder meer mindfulness kan toepassen of inzetten indien gepast.

Men is geen mindfulnesstherapeut als dusdanig, men is klinisch psycholoog, orthopedagoog of arts-psychiater, die onder meer mindfulness kan inzetten

We hebben overigens de indruk dat de hype intussen al wat over haar hoogtepunt heen is. Op congressen zien we al minder symposia en workshops over mindfulness dan enkele jaren terug. En op boekenbeurzen lijken de kookboeken het opnieuw te halen van de boeken over mindfulness. Mensen raken ook beter geïnformeerd over de mogelijke waarde én beperkingen ervan. Zoals psychiater Edel Maex op het einde van de Panoramareportage aangaf, hopen we dat de hype nu snel gaat liggen, zodat mindfulness terechtkomt bij die mensen die het het meest nodig hebben en die het meeste lijden.
Mindfulness biedt geen oplossing voor alles. Maar mindfulness is in wezen ook niet iets zweverigs. Er zit een wetenschappelijke rationale achter de integratie ervan in de westerse psychotherapie. En er is wetenschappelijke evidentie voor de effectiviteit ervan. Die empirische steun is bemoedigend, maar vooralsnog beperkt. De waarde lijkt vooral te liggen bij de behandeling en preventie van depressie en angst, en met steeds die kanttekening dat mindfulness hier niet betekenisvol beter presteert dan wat er al in ons therapeutisch arsenaal zat. Mindfulness heeft zijn waarde, maar die moet nog verder worden uitgekiend. De hype en al zijn uitwassen in de alternatieve hoek hebben de reputatie van mindfulness danig besmeurd en zijn potentiële waarde overschaduwd. Dus: mind the hype.

Filip Raes is als psycholoog verbonden aan de KU Leuven.
Katleen Van der Gucht is als bioloog verbonden aan de KU Leuven.